De PV2-regel bij Franstalige NT2-leerders in het niet-immersie middelbaar onderwijs : casestudy naar de beheersing van deze structuur door Franstalige NT2-leerders bij het schrijven
Files
Grimard_01331600_2020.pdf
Closed access - Adobe PDF
- 1.25 MB
Grimard_01331600_2020_Annexe1.pdf
Closed access - Adobe PDF
- 1.44 MB
Grimard_01331600_Annexe2.pdf
Closed access - Adobe PDF
- 313.98 KB
Details
- Supervisors
- Faculty
- Degree label
- Abstract
- Het leren van een vreemde taal kan een lange en kronkelige reis zijn. In Franstalig België zijn de meeste leerlingen van het middelbaar onderwijs op een bepaald moment verplicht om het vak Nederlands te volgen. Terwijl immersie de ideale optie lijkt te zijn om naar een diepere beheersing van de taal te streven, is het ook van belang methoden te bedenken die het mogelijk maken om het beste uit het non-immersie onderwijs te halen. In 2001 heeft Theissen het idee geopperd dat het begrip "inversie" vermeld moet worden in lessen die bedoeld zijn om de plaats van het voornaamste werkwoord in Nederlandse zinnen uit te leggen. Daarop is het project van dit eindwerkstuk deels gebaseerd. Dit werk richt zich dus op de Nederlandse taalkunde toegepast op de didactiek. Het beoogt immers het gebruik en de beheersing van de V2-regel of "inversie" bij het schrijven door leerlingen van een Franstalige middelbare school te observeren. Om dit te doen werd een casestudy uitgevoerd in twee niet-immersie klassen, in het tweede en het vijfde jaar. Deze bestaat uit een analyse van de drie centrale entiteiten die de kern van de vak Nederlands vormen, met name de docent, het boek en de leerders. Wegens COVID-19 was de leerlingensteekproef meer beperkt dan voorzien. Alles bij elkaar genomen, hebben 19 studenten aan de schriftelijke test deelgenomen, waarvan 10 uit het tweede en 9 uit het vijfde. Na invulling van een taalprofiel hebben ze grammaticavragen moeten beantwoorden, een reeks oefeningen doen en een klein tekstopstel schrijven. Op basis daarvan is het mogelijk geweest om een aantal conclusies te trekken zowel met betrekking tot de twee klassen als daartussen. Dit eindwerkstuk wordt in drie delen verdeeld. In het eerste wordt de theoretische achtergrond van het onderzoek gegeven, waaronder de zinsvolgorde in het Nederlands. Ook komen aan bod het onderwijs en de verwerving van een vreemde taal in het algemeen en de grammatica en de geschreven expressie in het bijzonder, waarbij rekening gehouden wordt met de cognitieve aspecten. Het tweede deel is aan de casestudy en de analyse van de verzamelde gegevens gewijd. Ten laatste zal het derde deel dienen om enkele mogelijke oplossingen te verkennen in een poging om de leerstrategieën voor de toekomst te heroverwegen.